De pup
De eerste levensfase duurt drie tot vier weken bij de gewone zeehond en ongeveer drie weken bij de grijze. In die periode zoogt de pup en verdrievoudigt hij ongeveer in gewicht. Direct na de verlating door de moeder begint de zelfstandige fase. De pup teert eerst op zijn opgebouwde vetlaag, schakelt over op kleine prooi (zandspiering, grondels, garnaal) en oefent in steeds dieper water. Geen enkele moeder leert haar pup jagen — dat moet hij zelf uitvinden, met de juiste anatomie als enige startkapitaal. Veel jonge dieren verliezen tijdelijk gewicht in die fase. Voor de geboorte zelf en de zoogperiode: zie voortplanting.
Subadult (jaar 1 tot 4)
De jaren tussen ontwenning en geslachtsrijpheid noemen biologen subadult. Het is de fase met de hoogste sterfte: ongeveer 30 tot 50% van alle pups overleeft het eerste jaar niet. Subadulten zwerven veel — meer dan oudere dieren. Gezenderde gewone zeehonden uit de Waddenzee zijn gevolgd tot ver in de Duitse Bocht en de zuidelijke Noordzee; jonge grijze zeehonden steken zelfs over naar Brits-Schotse koloniën. In deze jaren leren ze welke jachtgebieden lonen, welke zandplaten veilig zijn om te rusten, en hoe ze zich verhouden tot oudere dieren in de groep.
Subadult ben je niet voor je plezier — het is de fase waarin elke fout het laatste fout kan zijn.
Volwassen (vanaf 4 tot 5 jaar)
De geslachtsrijpheid ligt voor vrouwtjes meestal tussen de drie en vijf jaar (gewone zeehond) of vier en zes jaar (grijze). Mannetjes zijn fysiek even vroeg klaar, maar doen vaak pas effectief mee aan de paring vanaf jaar zes of acht — eerder zijn ze te klein om te concurreren. Een volwassen zeehond heeft een vaste jaarcyclus: jagen, paren, dracht, verharen, werpen, opnieuw paren. Hij of zij is plaatstrouw aan een beperkt aantal zandplaten en jachtgebieden binnen tientallen kilometers van de geboorteplek.
De jaarcyclus
De cyclus van een volwassen vrouwtje gewone zeehond ziet er, jaar in jaar uit, ongeveer zo uit:
- Juni–juliWerpen + zogen pup
- Juli–augustusParing (kort na verlating pup)
- Augustus–oktoberVerharen op de zandplaat
- September–decemberUitgestelde innesteling
- December–juniActieve dracht (~8,5 maand)
Bij de grijze zeehond schuift dit hele schema een half jaar op: werpen in november-januari, verharen vooral in voorjaar. Het netto resultaat is dat de twee soorten op dezelfde zandplaat in een ander tempo door het jaar bewegen — wat het overigens makkelijker maakt voor onderzoekers om ze apart te tellen.
Verharing
Eenmaal per jaar vernieuwt elke zeehond zijn vacht. De gewone zeehond doet dat vooral in de nazomer (augustus-oktober); de grijze in het voorjaar (vaak maart-mei). De dieren liggen tijdens de verharing veel op de plaat — vaak een maand lang in totaal, in losse pieken. Reden: de huid wordt extra doorbloed om de nieuwe haren te voeden, en koud water trekt dan veel warmte weg. Een verstoring in deze periode kost dus letterlijk extra energie. Onderzoek aan de Waddenzee laat zien dat de verharingsperiode een van de momenten is waarop de telcijfers het hoogst zijn — bijna iedereen ligt dan op het droge. Het is daarom ook het ijkmoment voor de officiële tellingen, zie telcijfers.
Oudere zeehonden
Met de jaren neemt de jacht-efficiëntie geleidelijk af. Het gebit slijt — zeehonden hebben geen wisseling — en oudere dieren verliezen tanden of krijgen ze met scheurtjes. Cataract en littekens van vroegere wonden hopen zich op. Vrouwtjes blijven vaak tot ver in hun twintigste levensjaar pups krijgen, maar de drachtigheidskans daalt. Mannetjes verliezen vanaf een bepaalde leeftijd hun positie in het paringssysteem — een jong, sterk mannetje verslaat ze in een gevecht op de kraamkamer.
Veel oude dieren sterven niet aan ouderdom zelf, maar aan een opeenstapeling van slechte conditie: een winter met weinig vis, een ziekte (zoals de PDV-epidemie die in 1988 en 2002 huidziekte veroorzaakte) of een verwonding die niet meer overgaat. Op bedreigingen staan deze factoren uitgewerkt.
Levensduur
| Aspect | Gewone zeehond | Grijze zeehond |
|---|---|---|
| Gemiddelde levensduur in het wild | 20–25 jaar | 25–30 jaar |
| Maximum gedocumenteerd | ~35 jaar | 46 jaar (vrouwtje, Schotland) |
| Vrouwtjes vs mannetjes | Vrouwtjes leven langer | Vrouwtjes leven langer |
| Geslachtsrijp | 3–5 jaar | 4–6 jaar |
| Eerste worp vrouwtje | 4–5 jaar | 5–7 jaar |
De oudste betrouwbaar gedateerde grijze zeehond is een vrouwtje uit Schotland van 46 jaar, vastgesteld door tellingen van groeiringen in een hoektand. Bij de gewone zeehond ligt de bovengrens lager, rond de 35 jaar. De gemiddelden zijn een stuk lager omdat de hoge sterfte in de eerste levensjaren het gemiddelde drukt; wie het tot twee jaar volhoudt, heeft een goede kans veel ouder te worden.
Wat een leven kost
Een gemiddelde zeehond met een leven van 25 jaar legt zo'n 25 ton vis weg. Hij wisselt 25 keer van vacht, brengt — als vrouwtje — meer dan twintig pups groot, paart ruim twintig keer, duikt naar schatting honderdduizenden keren en zwemt mogelijk tienduizenden kilometers door de Noordzee. Dat alles in een steeds dichter bevolkte zee, met scheepvaart, visserij en recreatie als nieuwe buren. Hoe hij dat allemaal gedrags-technisch organiseert, staat op gedrag. En de actuele aantallen — wie het redt en wie niet — staan op telcijfers.