Het korte profiel
De gewone zeehond (Phoca vitulina) is met afstand de meest geziene zeehond aan de Nederlandse kust. Het is een middelgrote echte zeehond uit de familie Phocidae, die zich heeft gespecialiseerd in kustwateren van het noordelijk halfrond. In Nederland kom je hem tegen van Texel tot aan de Westerschelde, vrijwel altijd binnen vijftig kilometer van de kust en het liefst op een ondiepe zandplaat die bij eb droogvalt. Wie hem een keer goed bekeken heeft, herkent hem snel weer: een korte, "kattenachtige" snuit, grote donkere ogen en een soepel, gespikkeld lichaam dat op het droge log lijkt maar onder water razendsnel manoeuvreert.
- KopRond, "kattenachtig"
- SnuitKort, stomp
- NeusgatenV-vormig, raken elkaar onderin
- Lengte1,3–1,9 m
- Gewicht65–130 kg
- Levensduur25–35 jaar (vrouwtjes vaak ouder)
- Pup-seizoenJuni–juli
- VoedingstypeCarnivoor — vooral vis
Hoe herken je een gewone zeehond?
Het sterkste herkenningspunt is de kopvorm. De gewone zeehond heeft een opvallend ronde kop met een korte, ingedrukte snuit — een silhouet dat veel mensen aan een hond of een kat doet denken. Het voorhoofd loopt vrij steil omhoog en gaat zonder duidelijke knik over in de snuit. De grote, ronde, donkere ogen versterken die "lieve" indruk.
Het tweede onderscheid zit in de neusgaten. Bij de gewone zeehond vormen ze een duidelijke V: de twee neusgaten raken elkaar bijna in het midden onderaan en wijken naar boven uit elkaar. Bij de grijze zeehond lopen ze juist bijna parallel. Met een verrekijker en een rustig dier is dat verschil van de zandplaat af goed te zien.
De vacht is variabel, maar bij volwassen dieren overheerst een zilvergrijze tot grijsbruine grondkleur met onregelmatige, donkere vlekken en ringen. De buik is meestal lichter. Vacht alleen is geen betrouwbaar kenmerk — er bestaan ook donkere en lichte grijze zeehonden — maar in combinatie met de ronde kop en het kleinere formaat geeft het wel een eerste hint. Volwassen gewone zeehonden wegen 65 tot 130 kilo en zijn 1,3 tot 1,9 meter lang. Vrouwtjes zijn iets kleiner dan mannetjes.
Leefgebied in Nederland
De gewone zeehond is een echte kustsoort. Hij voelt zich het beste thuis in ondiepe zeeën met een sterk getij en uitgestrekte droogvallende platen. De Waddenzee is daarom zijn belangrijkste Nederlandse bolwerk: van de Razende Bol bij Texel tot de Eems bij Rottumeroog liggen verspreid tientallen rustplaatsen, met grote concentraties rond Vlieland, Terschelling, Ameland en in de Eems-Dollard. Ook de Zeeuwse Delta — vooral de Oosterschelde en de monding van de Westerschelde — herbergt sinds de jaren tachtig een groeiende populatie. Een enkel dier zwemt zelfs de Nieuwe Waterweg op of duikt op in het IJsselmeer.
Foerageertochten blijven over het algemeen binnen vijftig kilometer van de rustplaats. De gewone zeehond is dus geen oceaanzwerver: hij pendelt tussen de zandplaat waar hij rust en verhaart, en de iets diepere geulen waar hij zijn voedsel zoekt.
Voeding & jacht
De gewone zeehond is een opportunistische viseter. Op het menu staan vooral platvissen (schol, bot, schar, tong), kabeljauwachtigen (kabeljauw, wijting, steenbolk), zandspiering, haring en — vooral 's zomers — garnaal. Wat hij eet hangt sterk af van het seizoen en de plek: in de Westelijke Wadden is platvis dominant, in de Oosterschelde duikt hij vaker op gobies en garnalen.
Een volwassen dier heeft per dag zo'n 3 tot 5 kilo vis nodig. Hij vangt zijn prooi meestal op of vlak boven de bodem, met een combinatie van zicht, gehoor en — in troebel water — de extreem gevoelige snorharen die minieme stromingsveranderingen registreren. De meeste duiken zijn ondiep (tien tot dertig meter) en kort (twee tot vijf minuten), maar fysiologisch kan de soort tot ongeveer 200 meter en bijna een half uur onderwater blijven.
Voortplanting
De gewone zeehond is een zomerpup. Tussen half juni en eind juli werpen vrouwtjes één enkel jong op een droogvallende zandplaat. De pup heeft bij geboorte al zijn volwassen vacht — de witte lanugovacht is in de baarmoeder afgestoten — en kan binnen enkele uren met zijn moeder mee het water in. Dat is een noodzaak: bij hoog water staat de geboorteplaats vaak gewoon onder, en wie niet kan zwemmen verdrinkt.
De zoogperiode duurt drie tot vier weken. In die korte tijd verviervoudigt de pup zijn gewicht dankzij moedermelk met ongeveer vijftig procent vetgehalte. Daarna verbreekt de moeder het contact abrupt en moet het jong zelf leren jagen — een kritieke fase waarin de sterfte hoog ligt. Vrouwtjes zijn meestal pas met vier of vijf jaar geslachtsrijp, mannetjes iets later. De paring volgt direct op het einde van de zoogperiode, met een uitgestelde innesteling waardoor de zichtbare draagtijd opnieuw ongeveer elf maanden in beslag neemt.
Populatie en trend
De gewone zeehond is in Nederland nooit volledig verdwenen, maar werd in de twintigste eeuw zwaar gedecimeerd door jacht, vervuiling en twee virusepidemieën (PDV in 1988 en 2002). Na het jachtverbod van 1962 en de uitbanning van PCB's herstelde de populatie zich krachtig. Tussen 1990 en 2013 verdrievoudigden de aantallen in de Waddenzee.
Sinds 2013 stagneert de groei en sinds 2022 wordt zelfs een lichte daling gemeten. Tellers en onderzoekers wijzen op een combinatie van factoren: verminderde beschikbaarheid van platvis door temperatuurstijging in de Waddenzee, mogelijke voedselconcurrentie met de sterk groeiende grijze zeehond, toenemende verstoring door recreatie, en een vogelgriep-uitbraak die in 2023–2024 ook bij zeehonden sterfte veroorzaakte. Actuele tellingen vind je op telcijfers.
Verschil met de grijze zeehond
Op een Nederlandse zandplaat liggen vaak beide soorten door elkaar. Onthoud: rond hoofd, korte snuit, V-neusgaten, kleiner = gewone zeehond; kegelvormig hoofd, lange snuit, parallelle neusgaten, fors = grijze zeehond. Vijf praktische herkenningspunten op een rij staan op het verschil tussen gewone en grijze zeehond.
Op pad: waar je ze ziet
De beste plekken om gewone zeehonden te zien zijn de wantijgebieden achter de Waddeneilanden en de zandplaten in de Oosterschelde. Ga rond laagwater, blijf op minstens 300 meter afstand en gebruik een verrekijker. Vaartochten vanuit Lauwersoog, Harlingen, Texel en uit Yerseke brengen je betrouwbaar bij ligplaatsen zonder de dieren te verstoren. Plan je tocht met de spotgids en bekijk de exacte ligplaatsen op de spotkaart.
Verder lezen
Bekijk het profiel van de grijze zeehond of vergelijk beide soorten naast elkaar.