In één oogopslag
Op een Nederlandse zandplaat liggen vaak gewone en grijze zeehonden door elkaar. Wie ze één keer goed bekeken heeft, ziet het verschil meteen. Hieronder staan de vijf punten waar je in het veld op kunt afgaan, met daarbij de vergelijkingstabel. Onderaan: één misvatting die je beter loslaat.
| Kenmerk | Gewone zeehond | Grijze zeehond |
|---|---|---|
| Wetenschappelijke naam | Phoca vitulina | Halichoerus grypus |
| Bijnaam | — | Kegelrob |
| Kop | Rond, "kattenachtig" | Kegelvormig, "paardachtig" |
| Snuit | Kort, stomp | Lang, recht |
| Neusgaten | V-vormig, raken elkaar onderin | Bijna parallel, gescheiden |
| Lengte | 1,3–1,9 m | 1,8–2,5 m |
| Gewicht | 65–130 kg | 150–300 kg |
| Pup-seizoen | Juni–juli (zomer) | November–januari (winter) |
| Pup bij geboorte | Korte vacht, zwemt meteen | Witte lanugovacht, 3 wk op het droge |
1. De kop
Het allerbelangrijkste punt — en het enige dat ook op afstand van enkele honderden meters werkt — is het kopprofiel. De gewone zeehond heeft een opvallend ronde kop met een hoog, gewelfd voorhoofd; veel mensen zeggen dat hij op een hond of kat lijkt. De grijze zeehond heeft daarentegen een kegelvormige kop: het voorhoofd loopt zonder duidelijke knik door in een lange, rechte snuit, een silhouet dat aan een paard, hond op leeftijd of windhond doet denken. Wie eenmaal door een verrekijker beide profielen naast elkaar gezien heeft, vergist zich daarna zelden nog.
2. De snuit
De snuit is in feite een afgeleide van de kopvorm, maar bekijk hem afzonderlijk. De gewone zeehond heeft een korte, stompe snuit die nauwelijks van de kop afsteekt — alsof er iemand met een duim in geknepen heeft. De grijze zeehond heeft een lange, rechte snuit die duidelijk vooruitsteekt; bij oudere mannetjes ontwikkelt zich daarbij een uitgesproken "Romeinse neus". Het verschil zie je vooral als het dier de kop hef ten gevolge van een geluid of geur.
3. De neusgaten
Een vrij beslissend detail als de zeehond rustig op de plaat ligt en je een goede verrekijker hebt, is de stand van de neusgaten. Bij de gewone zeehond vormen ze een nette V: de twee openingen raken elkaar onderaan en lopen naar boven uit elkaar. Bij de grijze zeehond staan ze bijna parallel; tussen de twee openingen blijft een duidelijke verticale band zichtbaar. Dit kenmerk wordt vaak op vergelijkingsplaten gebruikt en is zeer betrouwbaar — mits je ver genoeg kunt inzoomen.
4. Het formaat
De grijze zeehond is gewoon fors groter. Volwassen mannelijke grijze zeehonden wegen 230 tot 300 kilo en zijn tot 2,5 meter lang; vrouwtjes 150 tot 200 kilo en 1,8 tot 2,1 meter. Volwassen gewone zeehonden blijven steken op 65 tot 130 kilo en 1,3 tot 1,9 meter. Op een gezamenlijke ligplaats steken grijze zeehonden vrijwel altijd zichtbaar boven de gewone zeehonden uit, en met name het zware achterlijf en de dikke nek vallen op. Let op: jonge grijze zeehonden zijn natuurlijk kleiner dan oudere gewone zeehonden — formaat werkt alleen in combinatie met de kopvorm.
5. De pups
Het verschil tussen de pups is wellicht het meest spectaculair. Gewone-zeehondenpups verschijnen in juni en juli, hebben bij geboorte al hun volwassen, gespikkelde vacht en kunnen binnen enkele uren mee het water in. Dat moet ook, want hun geboorteplaats valt bij hoogwater meestal onder. Grijze-zeehondenpups worden tussen november en januari geboren, vrijwel altijd op een hoger gelegen, droge plaat. Ze dragen een dichte, vrijwel witte lanugovacht die warm houdt maar niet waterdicht is, en blijven daarom drie weken op het droge terwijl ze worden gezoogd. Wie midden in de winter een wit jong op een Waddenplaat ziet, hoeft niet te twijfelen: dat is een grijze zeehond.
En de vacht?
Vachtkleur lijkt logisch maar werkt slecht. Beide soorten zijn extreem variabel. Een gewone zeehond kan donker zilvergrijs zijn met fijne ringen, maar ook bijna egaal zandkleurig. Een grijze zeehond kan licht beige-grijs zijn met enkele donkere vlekken (vrouwtjes), of donker antraciet met lichte plekken (mannetjes). Daarbij komt dat een natte vacht altijd donkerder oogt dan een opgedroogde. Vacht alleen is dus geen betrouwbaar criterium; gebruik altijd kop en snuit als hoofdaanwijzing en laat de vacht een ondergeschikte rol spelen.
Praktische tip in het veld
Werk in het veld in vaste volgorde. Pak je verrekijker, kies één dier op de plaat en stel jezelf in deze volgorde vier vragen: (1) Is de kop rond of kegelvormig? (2) Is de snuit kort of lang? (3) Wijken de neusgaten naar boven uit elkaar (V) of staan ze parallel? (4) Hoe verhoudt dit dier zich tot zijn buren qua formaat? Antwoorden ze allemaal in dezelfde richting, dan heb je je soort met grote zekerheid bepaald. Twijfel je nog, ga dan af op het seizoen: zomerse pups = gewoon; witte winterpups = grijs.
Lees voor de volledige biologie de profielen van de gewone zeehond en de grijze zeehond, of bekijk waar je beide soorten in Nederland het beste kunt zien op de spotkaart.